Zorgdossier? Facebook!

Marieke heeft een berichtje op Facebook van mevrouw Jansen. Ze is zelfstandig wijkverpleegkundige en mevrouw Jansen is een van haar klanten. Hoewel ze jarenlang met plezier heeft gewerkt voor een grote thuiszorgorganisatie geniet ze nu ook, en misschien nog wel intenser, van haar werk. De thuiszorgorganisatie was niet veel meer dan een administratiekantoor. Met de komst van Sociale Media heeft die haar bestaansrecht verloren. De financiering van de zorg regelt de klant nu zelf, soms met een klein beetje hulp van Marieke.

Eigen Regie

Marieke heeft afspraken gemaakt met twee oud-collega’s die bij haar in de straat wonen. Met z’n drieën bestieren ze de omliggende straten. Elkaar en hun klanten ontmoeten ze op Facebook. Daar leggen ze samen met de klant de afspraken vast en rapporteren ze over de zorg. Het netwerk van de klanten zit ook op Facebook en kan precies volgen hoe het met hun dierbare gaat. Marieke heeft voor het doen van haar werk niet meer nodig dan haar smartphone. “Eigenlijk”, denkt Marieke weleens bij zichzelf, “snap ik niet zo goed dat we niet eerder op Facebook zijn gekomen…”. 

Participatie

De klant vindt het fijn, want het netwerk is een stuk groter geworden. Niet alleen kinderen, maar ook vrienden, neven, nichten, kleinkinderen etc. ontmoeten ze nu vrijwel dagelijks online! En met dat veel grotere netwerk is er eigenlijk altijd wel iemand die kan helpen als het nodig is. Marieke hoeft zich alleen te bekommeren om de echte zorginhoudelijke activiteiten.

Privacy

Vroeger maakten veel mensen zich zorgen over de privacy op Facebook, maar die tijd is al lang voorbij. Facebook is soms nog doelwit voor hackers, maar er is nooit echt informatie ‘op straat’ komen te liggen. De klant heeft nu zelf de regie over de toegang tot zijn of haar informatie. Marieke kan lezen en schrijven in het deel van het dossier dat de klant voor haar heeft opengesteld. Niet iedereen is even open, maar Marieke stemt met de klant af wat ze wel en niet nodig heeft om haar werk te doen. 
Marieke stopt haar iPhone in haar zak en gaat op weg naar mevrouw Jansen.
Dit bericht verscheen eerder op DigitaleZorgGids.

Sociale Rolstoel


“Het is kwart voor acht. Bij mevrouw Jansen gaat de wekker. Nou ja, de wekker, de smartphone. Mevrouw Jansen heeft goed geslapen. De smartphone heeft het slaappatroon van die nacht op haar Facebook profiel gezet. Vanuit haar bed kruipt ze in haar rolstoel. Ze is inmiddels 86 en is er trots op dat ze dat nog zelf kan. Haar rolstoel zet haar gewicht, hartslag, en bloedsuikerwaarden voor haar op haar Facebook profiel, zodat haar familie weet hoe het met haar gaat. En ze stuurt een berichtje naar Marieke. Marieke is de wijkverpleegkundige die haar helpt met haar ochtendritueel. Meestal is ze er binnen een kwartiertje nadat mevrouw uit bed is. Die tijd gebruikt mevrouw Jansen om op haar tablet het nieuws te lezen.” Science fiction? Nee, dit is technisch mogelijk, vandaag al! Hoe lang duurt het nog voordat het wordt toegepast? De tijd zal het leren… 

Sociale media zijn overal

Wie zit er tegenwoordig niet op Facebook, Twitter of LinkedIn? En zelfs al zit je daar niet op, we hebben allemaal weleens een filmpje op Youtube bekeken, toch? Maar wat doen we dan eigenlijk allemaal op die sociale media? Dat is heel divers en loopt uiteen van het minuut tot minuut tweeten waar je bent, wat je doet, hoe je je voelt etc, tot het onderhouden van serieuze zakelijke netwerken op LinkedIn. Maar ook levensverhalen compleet met foto- en videomateriaal worden gedeeld. Daar komt ook de meest gehoorde klacht of kritiek vandaan: “Ik hoef toch helemaal niet te weten dat iemand op de wc zit…?” of “Al die kinderfoto’s interesseren me niet.” Uiteraard moet iedereen dat voor zich bepalen, maar zoals met alles: over smaak valt niet te twisten, en met 200 miljoen mensen op LinkedIn, 500 miljoen op Twitter en 1 miljard op Facebook kan het bijna niet anders dan dat er tussen al die oninteressante informatie voor iedereen ook evenzoveel interessante informatie zit, en daar zit hem de toegevoegde waarde van die sociale media!

En mevrouw Jansen?

Nou, ruim de helft van de Facebook gebruikers is 18-34 jaar oud. Dat zijn de kinderen en kleinkinderen van mevrouw Jansen. En wat doen die kinderen en kleinkinderen? Juist, foto’s en verhalen op Facebook zetten. En wie is er het meest geïnteresseerd in die foto’s? Juist, mevrouw Jansen. Dat is haar manier om op de hoogte te blijven terwijl ze door haar gezondheid aan huis gekluisterd is. En die gegevens uit haar zelfmetende en communicerende sociale rolstoel zijn natuurlijk niet alleen interessant voor Marieke, maar misschien ook wel voor de kinderen, nietwaar?
 
 
Dit bericht verscheen eerder op DigitaleZorgGids.

Gezocht: Vrienden!

Ik vind sociale media uitermate interessant (of had ik dat al eens gezegd?). Daarom, zo schreef ik al eerder, probeer ik nieuwe SoMe netwerken en concepten uit wanneer ze beschikbaar komen. Het probleem is echter: er is niemand, nou ja, niemand die ik ken (behalve dan die gekke collega van me die net zo’n nerd is als ik ben ;-)).

In mijn vorige blog schreef ik over de vergrijzing van Facebook, en misschien heeft het daar wel mee te maken. Hoewel ik zelf nog geen grijze haren heb, begint dat bij sommige van mijn vrienden toch echt al zijn intrede te doen ;-). Zou het echt waar dat alleen jongeren de andere sociale media ontdekken en gebruiken? Ik denk dat het eerder te maken heeft met het feit dat niemand bij Facebook weg wil of durft. Verandering is immers eng, toch? Tenzij iedereen het doet en we een beweging op gang krijgen, een soort digitale volksverhuizing… Zelfs als alternatieven beter, mooier, handiger of toegankelijker zijn wordt men mee- of teruggezogen in het oude vertrouwde (Facebook dus).

Neem Google+. Dat is sneller, biedt meer mogelijkheden, betere functionaliteit, volgens mij is het hele concept beter uitgewerkt dan Facebook. Hoewel Google+ enorm veel gebruikers heeft (100+ miljoen!), is het gebruik minder intensief en een fractie van de gebruikers betekent ook een fractie van de vrienden. Ik heb weleens op Facebook gevraagd wie er ook op Google+ zit/wil. Resultaat: 0 reacties. Ik heb weleens op Google+ gevraagd waarom er niemand overstapt. Resultaat: 0 reacties.

Als Google+ het niet kan, hoe verwachten anderen dan een spreekwoordelijke deuk in een pakje boter te slaan…? Er zijn sociale netwerken met een specifieke functionaliteit, zoals Instagram voor foto’s of Foursquare voor locatie. Die lijken meer succes te hebben, maar dat begrijp ik dan weer niet helemaal. Dat kan ook allemaal gewoon met Facebook. Kennelijk zijn de specifiek apps handiger dan Facebook want het gebruik staat meestal niet op zich, maar richt zich op delen via, jawel, Facebook!

Jarenlang hebben we met z’n allen gebruik gemaakt van reus en de facto standaard Microsoft. Zou Facebook dan de Microsoft van SoMe zijn, de de facto standaard waar mensen niet weg *kunnen*? Krijgen we de komende jaren een Facebook hegemonie? We zullen zien… Ik blijf gewoon vrolijk experimenteren met nieuwe netwerken en concepten (en mijn blogs (ook) via Google+ delen :-)). Wie doet er mee?


Sociale Media als modeartikel

Ik las vorige week een artikel dat begon met de zin: “Facebook dreigt te vergrijzen”. Een interessante en prikkelende opening, want wie wil er nou met vergrijzing geassocieerd worden? Gelukkig heb ik zelf al op vele andere sociale netwerken een account, dus ik ben voorbereid :-). Maar goed, het zet toch te denken… De belangrijkste oorzaak die in het artikel wordt genoemd is dat jongeren het vervelend vinden dat hun ouders op Facebook zitten.

Volgens mij is dit lot niet alleen toebedeeld aan Facebook, maar geldt deze dynamiek veel algemener. Zo zijn er modewoordjes. Zodra je ouders het word “gaaf” gaan gebruiken wordt het “vet”, en als je ouders dat gebruiken wordt het “vet cool” etc. (vergeef me de inaccurate chronologie van deze modewoorden, ik ben ondergemiddeld mode-gevoelig). Er zijn ook modeartikelen, te beginnen met kleding. Dragen je ouders Nike, dan draag je Adidas, dragen je ouders een sjaal, dan jij niet etc. Om nog maar niet te spreken over muziek, films, TV programma’s en ga zo maar door.

Op de een of andere manier zijn dingen niet meer cool als je ouders het ook hebben of doen, zo lijkt het. Zelf heb ik dat nooit helemaal begrepen, maar goed, ik ben zelf dan ook beter te typeren als “nerd” dan als “cool” (zeg ik zelf ;-)). Sociale media lijken nu dezelfde kant op te gaan. Zijn sociale media dan “verworden” tot een modeartikel? Het lijkt er wel op en zo lijken de nieuwe platforms zich ook te profileren. Met name Pheed heeft een vrij uitgesproken uitstraling, vind ik…

Wat ik zelf niet helemaal begrijp is dat jongeren geen gebruik maken van functionaliteit die Facebook biedt, bijvoorbeeld het aanmaken van groepen. Daar kun je gewoon je ouders uit weren… Dan kunnen ze je berichtenuitwisseling met je coole vriendengroep niet volgen…

Ik geloof niet direct dat Facebook veel te leiden heeft onder de zogenaamde vergrijzing. Sterker nog, volgens mij zet de groei gestaag door. Ik blijf vrolijk de nieuwe ontwikkelingen volgen, maar tegelijkertijd ook gewoon Facebook-en :-).

Yammer On Tour – Amsterdam 2013

Yammer is on tour and hit Amsterdam on February 28th. I had the pleasure to be there, get a shot of first class inspiration from Yammer co-founder Adam Pisoni, and listen to some amazing Yammer testimonials. It is those testimonials that provided me with some take-home tips on how to improve use and adoption of Yammer within my own organization.

 
Let’s start with the first testimonial by Frank Wammes from Cap Gemini. One of the things he said is that people are honest on Yammer. In his experience it is hard to get honest feedback in a face to face setting, but as soon as you post an idea on Yammer he gets honest feedback from around the globe. Which brings me to another important aspect of Yammer Frank mentioned. He described that when he is preparing for a meeting and he needs detailed facts on basically anything het just posts a question on Yammer and gets an answer within minutes. Through Yammer he can basically tap from the collective knowledge of Cap Gemini instantaneously! Wow, powerful stuff! The third thing that he mentioned, and I remember this because it is something we struggle with in my organization, is employee engagement. He stated that since they started working with Yammer people tend to stay at Cap Gemini longer… Think about that for a second… this means that Yammer really engages people, right?
 
So, the next testimonial was from Eline Kurvink from SKIM in one of the breakout sessions. The testominial was brief but contained two vital aspects: enabling international growth and enabling quick transfer of knowlegde. This point was made when SKIM was extending business across continents. Yammer enabled the new branches to tap from the knowledge already present within their Yammer network.
 
The third testimonial was by Mirjam Riedel from Kluwer. In short they decommissioned their intranet altogether and replaced it with a flick of the switch. I particularly like this approach because within my organization we spend a lot of time and effort on our new intranet. My position is: “Yammer = intranet”. To me there is nothing we need that cannot be achieved with Yammer. One of the issues within our organization is the matter of accessing business apps through our intranet. Kluwer’s solution: “All you need to do is make sure people can find the app-URL on Yammer.” Good thinking!
 
Finally Patrick de Winter from Shell showed us some of the ways they use Yammer. They distinguish four primary “use-cases” for Yammer (in my words…): business talk, coffee talk, engagement, innovation. Each use-case creates its own needs with its own networks and groups and they are all allowed and encouraged within Shell. Shell also provides in-house training sessions on the use of Yammer through… yep, Yammer :-). There are currently over 33.000 (!) people on the Shell network. Someone asked: “How can you structure this vast amount of information on Yammer?”. Answer: “You don’t need to, people pick and choose what they like.”. My point exactly!
 
 
The theme of the day was “Disruption” and this post would not be complete without one of the many quotes by Adam Pisoni on this subject: “Disruption is when someone else figures out how to provide the value you are providing better than you.“. May Yammer disrupt us all… :-)!

I am I: Lekker makkelijk!

 
Ja, we lezen het al vroeg: je bent wie je bent wie je bent… Maar leren we het ooit echt? Hoe vaak hoor je ouders niet roepen: “Dat doet hij anders nooit hoor…”? Willen we niet allemaal weten wat anderen van ons vinden? Vast wel, toch (waarom blog ik dit anders :-))? We noemen dat vaak “jezelf ontdekken” of “op zoek zijn naar jezelf”. Een prachtig proces dat eindigt tussen 6 planken, en is het maar de vraag of je jezelf daar gevonden hebt.
 
Het wordt ons in dat proces niet makkelijk gemaakt. We worden tot allerlei zaken verplicht die de zoektocht in de weg staan. Onderwijs bijvoorbeeld; hoe kun je jezelf vinden als je elke dag in de schoolbanken moet zitten? Of nog erger: Arbeid… Van ‘s-morgens vroeg tot ‘s-avonds laat geen tijd om te zoeken naar jezelf… We hebben een werk telefoon en een privé telefoon, een werk email en een privé email, een werk plek en een thuis plek. We hebben een werk ik en een thuis ik.
 
Sociale Media zou daarin een game-changer zijn. Een nieuwe manier van verbondenheid waarin we écht onszelf kunnen zijn. Maar wat gebeurt er? We hebben een werk twitter en een privé twitter, een werk facebook en een privé facebook, een… Het wordt dus eigenlijk alleen maar erger!
 
Ik heb moeite met de splitsing tussen werk en privé. Ik herinner me dat, vanaf de eerste dag dat ik, naast mijn privé email, een werk email kreeg, ik het lastig vond. Ik ben ik, dus ik wil op één plek bereikbaar zijn. Gelukkig bestaat er sinds 2004 (en heb ik sinds 2005) GMail. Dat maakt dat ik per email, in ieder geval privé, al ruim 7 jaar eenduidig te bereiken ben. Wel heb ik naast mijn GMail account nog steeds een werk email. Gelukkig is dat het enige. Ik heb één mobiel nummer, ik heb één Facebook account, ik heb één Twitter account, ik heb één… Kort gezegd, ik ben via vele kanalen te vinden, maar wel op één manier per kanaal, want: ik ben ik…
 
“Knap” noemen mensen dat. Ik noem het “lekker makkelijk”. Ik ben gewoon ik en ik hoef niet na te denken over waar ik ben. Ik geniet van mijn werk, ik geniet van mijn privé, en ik prijs mezelf gelukkig. In mijn pogingen mezelf te vinden hoef ik maar op één plaats te zoeken: bij mezelf!
 
I am I: Lekker makkelijk!