3e iCare Platform bijeenkomst

Gisteren vond in Utrecht de 3e Nictiz Platform bijeenkomst plaats. De opkomst en het enthousiasme waren groot. Dat is, zeker achteraf, niet verbazend gezien de onderwerpen en sprekers die op de agenda stonden. Hieronder een verslag.

Experiment Regelarme Instellingen

Merel Gosens (Projectleider, VWS) vertelde over de gedachte achter en aanpak van Experimenten Regelarme Instellingen (ERAI). Ze begon met het toelichten van het proces. Kort gezegd komt het erop neer dat er 100 voorstellen zijn ingediend en daarvan 25 zijn of worden uitgewerkt met ondersteuning van VWS. De instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van het experiment, VWS helpt bij het oplijnen van en afstemmen met andere betrokken partijen (NZa, CIZ, Zorgkantoren etc.). Daarna ging ze aan de hand van voorbeelden in op hoe organisaties de experimenten hebben vormgegeven en welke resultaten in de praktijk al zijn gerealiseerd. Via de site van In Voor Zorg en van Werken Aan De Zorg is een aantal van deze resultaten terug te vinden.
Daarna een ERAI uit de praktijk van Kars Hazelaar (CEO, Opella). Hij gaf ons door middel van een gepassioneerd en inspirerend verhaal inzage in de reis, gestart in 2007, die Opella aan het maken is en de keuzes die ze daarin maakt. Het belangrijkste doel van de reis is terug te keren naar de kern en eigenheid van Opella en minder afhankelijk te worden van externe partijen. Een one-liner die mij is bijgebleven is: “Wij waren subsidie verslaafd.”. Dat geeft wat mij betreft kernachtig weer hoe je je als organisatie door externe partijen kunt laten “opnaaien”, waarbij het doel van de organisatie zelf vaak wordt vergeten. “Vanaf 2007”, zo zegt Hazelaar, “is de klant in alles het uitgangspunt.”. Hij vertelt hoe ze bewust het word “Klant” hanteren, want “als je klant bent maak jij de keuze”. Opella heeft zich in 2007 een doel gesteld en zich gerealiseerd dat het bereiken van dat doel een radicale verandering vergt. Opella heeft daarbij structuur en cultuur tegelijk aangepakt. Een greep uit de maatregelen:
  • ERP ingevoerd (en alle andere automatisering overboord gezet)
  • modern bedrijfsvoeringprincipes geintroduceerd (franchise methodiek)
  • projectmethodiek (Prince II) ingevoerd
  • uitsluitend werken met externe projectleiders
Bovendien staan nu andere handen aan het bed waarbij het gaat om concentratie rond de klant op basis van gedeelde Drijfveren en Waarden. Tenslotte, en dat vond ik vanuit mijn rol een interessante, een strikte scheiding aangebracht tussen informatisering en automatisering, want, zo is de gedachte, een informatiseringsvraagstuk leidt niet noodzakelijkerwijs tot een automatiseringsoplossing.
Het ERP pakket dat is ingevoerd heet Fundum. Het besluit daartoe ging hand in hand met het besluit om alles wat tot dan toe aan automatisering in huis was rigoreus aan de kant te schuiven. Fundum is in nauwe samenwerking met Opella ontwikkeld en, zo zegt Hazelaar, dat was weleens moeilijk. Het is soms best confronterend om als organisatie zelf een analyse te maken om te komen tot de kern van wat je doet en waarom. Zoals alles bij Opella na 2007 start ook de automatisering met de vraag: Wat heeft de klant aan ICT? Dat helpt.
Hazelaar vertelt dat tijdens de reis veel wordt gesproken over “Regels, Regels, Regels”, maar, zo zegt hij, “Klagen over regels zegt vooral iets over jezelf”. Hij stelt dat we als sector veel regels aan onszelf hebben opgelegd. Een paar open deuren: “Met regels kun je je eigen verantwoordelijkheid ontlopen” / “Waar regels zijn is geen aandacht” / “Regels maken lijkt status te hebben” / “Regels zijn zelden op het resultaat gericht”. Dit geeft in een notendop weer hoe Opella met regels omgaat tijdens de reis.

Informatievoorzieningen AWBZ en gevolgen regeerakkoord

Christian Gonzalez (Programmamanager, VWS) heeft in vogelvlucht laten zien waarover vanuit VWS wordt nagedacht in het kader van Informatievoorzieningen in de AWBZ (iAWBZ). Daarbij wordt heel duidelijk onderscheid gemaakt tussen quick wins, ofwel zaken die relatief snel te realiseren zijn, en de langere termijn. Op de korte termijn kan gedacht worden aan reductie van het berichtenverkeer AZR, maar ook aan een meer eenduidige vastleggen en interpretatie ervan. De langere termijn zal zich kenmerken door (uiteindelijk) een ingrijpende herziening en vereenvoudiging van de informatievoorziening in de AWBZ. Het lastige is daarbij te voorzien wat er precies bij komt kijken omdat alles zo nauw met elkaar verbonden is. Het is ook niet voor niets dat VWS de komende drie jaar nog zeker nodig denkt te hebben om “de stip op de horizon” te bereiken (en wie weet hoe die horizon er dan weer uitziet…). Op de site van platform IZO is eea terug te lezen.

Terugkoppelen werkgroep architectuur; Referentiedomeinenmodel Care

Cornelis de Pee (Vierstroom, trekker werkgroep RDC) (he, dat ben ik :-)) vertelde hoe de iCare Platform werkgroep architectuur met het referentiedomeinenmodel ziekenhuis als uitgangspunt de afgelopen maanden heeft gewerkt aan het referentiedomeinenmodel care. Hij gaf daarbij een doorkijkje in hoe de discussie verloopt en inzicht in de voortgang van de werkgroep. Het traject ligt op koers voor publicatie van versie 1 van het Referentiedomeinenmodel Care in april. Die publicatie zal via de site van Nictiz verlopen.

Resultaten brainstormsessie werkgroep Domotica

Erna vreeke (Adviseur, Nictiz & V&VN) heeft met de iCare Platform werkgroep Domotica uitgebreid gediscussieerd over Domotica toepassingen in de Care sector. Daarbij is gekeken naar welke toepassingen er zijn en welke toepassingen we voor de toekomst mogen verwachten. De vraag is in hoeverre traditionele domotica nog oplossingen kan bieden richting de toekomst. Meer en meer consumentendomotica komt beschikbaar en dat zou wel eens een interessante en toekomstbepalende ontwikkeling kunnen zijn. Het gaat dan veel meer om de functionaliteit dan om de techniek. Vandaar ook dat vanuit de werkgroep wordt gedacht aan het opstellen van “use-cases” voor veel voorkomende domotica toepassingen. Een voorbeeld van zo’n use-case is nader toegelicht.

Resultaten enquête ‘vraag naar standaardisatie?’

Irene van Duijvendijk (Adviseur, Nictiz) presenteerde de resultaten van de Nictiz enquête met als centrale vraag “is er vraag naar standaardisatie?”. Het antwoord op die vraag is een volmondig “ja”. Het is lastiger te duiden hoe die standaardisatie er precies uit moet zien. Vandaar de oproep van Irene om input te leveren.

Boek Wet- en regelgeving in de gezondheidszorg

Henk Hutink (Programma Manager, Nictiz) kondigde de Nictiz publicatie over wet- en regelgeving in de gezondheidszorg aan. Dit boek zal volgende week dinsdag verschijnen. Het bevat een overzicht van de vigerende wet- en regelgeving in de gezondheidszorg met een korte beschrijving van inhoud, achtergrond en intentie van de wetgeving. Het brengt een complex thema op een luchtige manier geillustreerd met cartoons. Het verschijnt ook in epub en PDF op de Nictiz site.

De Digitale Zorgverlener

Er is voor zorgverleners een wereld te winnen. Ze hebben de mond vol van het centraal stellen van de klant, maar het imago van horken, toch? Zeker op communicatief vlak is veel te verbeteren, want laten we eerlijk zijn, veel meer dan “hmmm….” of “jaja….” komt er tijdens een consult niet uit (of chargeer ik nu te veel :-))?

In een eerdere blog schreef ik dat ik fatsoen verwacht van mijn zorgverleners. Ik verwacht bovendien een zekere mate van wat we in het bedrijfsleven “klantvriendelijkheid” noemen. Dat zou in mijn beleving passen bij het centraal stellen van de klant.

Daarbij zou de zorgverlener de mogelijkheden van het digitale tijdperk moeten benutten. Als je het mij vraagt is met name daar zonder grote inspanning veel te winnen. Bijna dagelijks verschijnen artikelen over de toepassingen van sociale media door zorgverleners. Veelal inspirerende verhalen van zorgverleners die de voordelen van de digitale wereld en de sociale media zelf ontdekt hebben.

Kort samengevat komen die verhalen hierop neer: De mogelijkheden van de sociale media zijn ongekend, maar je moet ze wel omarmen. Angst is daarbij een slechte raadgever, boerenverstand een vereiste.

Voor mij persoonlijk geldt dat openheid en toegankelijkheid van mijn zorgverlener via digitale weg (al is het maar per email) mijn “klanttevredenheid” verhoogt. Ik kan me niet voorstellen dat ik daarin de enige ben…

Meer met Ongeveer

Afgelopen dinsdagavond was het eerste in een reeks van vijf door Actiz georganiseerde debatten met de titel “Het Nieuwe Ouder Worden”. In het gezelschap van een aantal collega’s heb ik afgelopen dinsdagavond in een afgeladen volle Rode Hoed in Amsterdam genoten van een discussie over de toekomst van de zorg voor ouderen. Op de site van Actiz vind je een verslag met daarin met name stellingen die de panelleden innamen. Twee aanvullende stellingen die mij zijn bijgebleven zijn:
1. We hebben de Wilders gelden helemaal niet nodig (die is aanvullend op dat we als zorgverleners een stapje terug, en dus juist MINDER zouden moeten doen)
2. Niet alleen de professional moet een andere bril op (zie link), maar ook de zorgvrager (en misschien wel de hele maatschappij), want veel van de “zorgvragen” die nu gesteld worden zijn helemaal geen echte zorgvraag. De nieuwe bril moet zorgen dat ons leven veel natuurlijker (in en met onze omgeving) overloopt in ouderdom, en niet een hard omslagpunt kent op het moment dat we “opgenomen” worden of “in zorg” komen.

De zaal mengde zich ook van tijd tot tijd in de discussie. Wat mij daarvan met name is bijgebleven is de voorzitter van de CSO (Koepel ouderenorganisaties) die zei dat hij zo graag zou willen dat aan de ouderen zelf gevraagd wordt hoe het eruit moet zien. Daarbij schetste hij een situatie waarbij het sociale netwerk van de ouderen een veel belangrijkere rol in gaat nemen dan het nu doet en daarmee de “formele zorg” veel minder belangrijk wordt). Kort gezegd zei hij dat mensen (met name ouderen) elkaar moeten gaan opzoeken en helpen. Hij noemde specifiek de jongere ouderen die de oudere ouderen actief moeten gaan helpen. Zijn argumentatie daarvoor was tweeledig. Enerzijds voorkom je daarbij een schuldgevoel dat vele ouderen nu voelen als ze om hulp van hun omgeving vragen (immers, de jongere ouderen van nu hebben dan tegen de tijd dat ze oudere oudere zijn zelf hun steentje bijgedragen…). Aan de andere kant is het voorbeeld gedrag wat de oudere jongere als hij straks jongere oudere is over gaat nemen.

Overige reacties uit de zaal zaten op een vergelijkbare lijn en raakten meestal een of meer van de volgende punten:
– Beter Luisteren naar de ouderen
– Minder Regelen voor de ouderen (ze kunnen het zelf ook)
– Minder Regelgeving (terug tredende overheid)
Verder natuurlijk ook veel leuke voorbeelden van initiatieven uit de praktijk.

De quote van de avond was zonder meer een gemeente ambtenaar die zei: “Als mijn mensen zeggen: ‘meten is weten’, zeg altijd tegen ze: Doe eerst maar eens ‘meer met ongeveer’.”.

TEDxMaastricht: een brede kijk op de Toekomst van Zorg

Wat een inspiratie , wat een diversiteit , wat een (com)passie , wat een prachtige verhalen ! En dat allemaal in Gouda :-). In een (veel te) klein gezelschap dat bovendien wisselde van samenstelling heb ik genoten van een mooie TEDxMaastricht dag. Als je door de oogharen naar de hele dag kijkt en die in een zin samenvat dan zijn er vier boodschappen (ja, de vier van TEDxMaastricht :-)) te destilleren:

(1) Paticipatie van de patient in zijn zorgproces dat is (2) ondersteund door technologie en wordt geleverd (3) met een integrale blik op basis van oplossingen ontstaan door (4) out of the box te denken.

Dat is The Future of Health!

1. Participatie van de patiënt
De meeste presentaties gingen op een of andere manier over de participatie van de patiënt (“participatory healthcare”). We hebben vele jaren geleefd in een systeem waarin de zorg die wij krijgen primair door de dokter wordt bepaald. Dat was acceptabel omdat informatie niet toegankelijk, deelbaar of beschikbaar was. Dat is niet langer het geval! Google “weet” bijna alles, we kunnen ons heel makkelijk verbinden met lotgenoten en daar hoeven we niet eens veel verder voor te reiken dan onze broekzak… Tijdens de presentaties wordt de patiënt meermalen gepresenteerd als de enige echte expert van zijn of haar eigen situatie en beleving daarvan. Bovendien, zo wordt in een aantal verhalen aangetoond, is dat maar goed ook, want daar wordt de patiënt gezonder van. Maar, kunnen we in dit tijdgewricht nog van de zorgprofessional verwachten dat zij alle kennis in pacht heeft? Nee! Het is dan ook niet zo dat de patiënt het op zichzelf moet gaan doen, maar vooral samen met de professional. De patiënt moet onderdeel worden van het zorg team! Dat vraagt een actieve rol van de patiënt (maar die heeft hij vaak al), maar vooral een andere rol van de professional. In die rol moet de professional meer luisteren en minder voorschrijven.

2. Ondersteund door technologie
Uiteraard, het kan ook bijna niet anders in deze tijd, was technologie onderdeel van vrijwel elke presentatie. Dat begon met de opening waarin contact werd gelegd met Australië en Amerika om een tumor in de prostaat van een patiënt te analyseren. Maar niet alleen de professional krijgt de beschikking over mooie technologie, ook de patiënt krijgt leuke gadgets. Uiteraard de smartphone, maar ook de iPad en de XBox Kinect. Het doel daarvan is  vooral om verbonden te zijn met de wereld en betrokken te bij de eigen gezondheid. Het delen van verhalen, kennis, maar ook emoties en medeleven zijn daarbij de ondersteuning die de patiënt krijgt.

3. Met een integrale blik
Uiteraard doet vrijwel elke zorginstelling aan multi-disciplinair overleg, maar de integrale blik op TEDxMaastricht gaat veel verder. Heb je er bijvoorbeeld wel eens aan gedacht dat als wij, in het westen, antibiotica oneigenlijk gebruiken (en dat doen we op grote schaal!), we daarmee ook de werking van het antibioticum in de rest van de wereld verminderen? En heb je er wel eens aan gedacht dat als de speeltuigen op het schoolplein felle kleuren hebben, de kinderen er meer mee spelen en dus minder risico op obesitas lopen? Waarschijnlijk niet, maar zorg gaat dus verder dan alleen onze eigen organisatie of zorg-gerelateerde organisaties. Gezondheid is overal om ons heen!

4. Out of the box
Als we de wereld beter willen maken moeten we durven te kijken buiten onze comfort zone en vaak ook op onverwachte plaatsen. Wie had bijvoorbeeld ooit gedacht dat Rommedou kaas uit Limburg malaria zou kunnen bestrijden? Of dat we ooit muggen zouden kunnen doden door het innemen van een pilletje? Of dat computerspelletjes zo belangrijk kunnen zijn in het verbeteren van onze gezondheid? Niet? Nou, dan hebben we nog veel om over te praten, want het is waarschijnlijk dat antwoorden op onze uitdagingen niet binnen onze muren, of binnen de muren van de Nederlandse gezondheidszorg te vinden zijn, maar vooral daarbuiten. Dat moeten we durven. Dat moeten we doen!

Ik heb aan elk kopje een link toegevoegd naar een presentatie. Als je alle filmpjes wilt terugzien kijk dan op http://www.tedxmaastricht.nl/tedxmaastricht-video/.

Met heel veel dank voor de organisatie van TEDxMaastricht , maar ook voor de discussie vandaag in Gouda, kijk ik nu al uit naar een volgende TEDx… dus… noteer ook alvast 4 februari 2013 in je agenda want dan is TEDxRadboudU, een vergelijkbaar evenement in Nijmegen. Als het aan mij ligt, en daar ga ik voor in het toetsenbord klimmen, is daar meer (dan vandaag) aandacht voor “mijn” aandachtsgebied: zorg voor ouderen.

No Guts…?

Start note: I am writing this in English, because I am about to discuss a topic that I discussed in the past two days on an international conference… Maybe some international fellow-attendees would like to comment :-).

No Guts, No Glory! A slogan I like, use frequently, and try to live by, in many situations anyway…

Unfortunately, the Healthcare sector seems to live by a whole other slogan: “No Proof, No Nothing!”. That’s my conclusion after attending the International Congress on Telehealth and Telecare in London this week. It was a great conference, organized and attended by great people, and filled with great talks, discussions, and presentations. For a pragmatic person like myself the content was somewhat too academic at times, but, having two academic degrees of my own, I was quite able to handle it :-).

Let me summarize what I heard:
Telehealth and Telecare (a) significantly improve the quality of life for pretty much any patient in any conceivable situation in which they are applied, (b) provide equal or higher quality of care, and (c) significantly reduce the cost of care, all at the same time.

As one of the Keynote speakers put it: “We call this a no-brainer!”.

Let me summarize what I see:

Telehealth and Telecare are hardly being applied in the current practice of Healthcare. Nobody has the Guts to take the lead or initiative, so nobody gets any Glory. All the while, all these academic studies get funded, only to provide (more) proof on something we already know, on something “we call a no-brainer”. We know one plus one equals two, we know water is wet, and we know that Telehealth and Telecare work. Many thanks to the academic studies!

My suggestion? Stop funding any further academic research aimed at finding positive proof for positive results of Telehealth and Telecare. Instead, apply those funds to improving the quality of life (of more) of our patients, improving the quality of care, and saving some money!

No Guts, No Glory! Just Do It! Let’s Go!

End note: I work for a company that provides elderly care in the Netherlands and work on improving the quality of life of our patients every day (well, I try my best anyway…;-)). We are on the verge of putting some of our own experiments with Telecare into wider practice. It is hard hard hard for many reasons, but I’m sure we’ll get there, one step at a time…

Gezellig 2.0

Sociale Media vind ik een razend boeiend fenomeen. Wie niet trouwens, want, je kunt er bijna niet meer omheen. Zo’n beetje de hele wereld is lid van een digitaal sociaal netwerk. Sociale netwerken vormen welhaast een wereld op zich.
Zelf ben ik redelijk thuis in die wereld. Ik ga mezelf geen guru noemen, want dat is teveel eer, maar als er iets te proberen valt, dan ben ik van de partij. Ik sta open in de sociale netwerken waaraan ik deelneem. Ik heb niets te verbergen en niets om me voor te schamen (vind ik :-)). Ik vind het leuk te zien wat anderen bezig houdt en ga er vanuit dat dat wederzijds is.
Ik ben niet iemand die de wereld laat weten dat ik op het toilet zit, onder de douche sta of m’n tanden aan het poetsen ben, en dat hoef ik ook van anderen niet te weten… Ik hanteer in de sociale netwerken, net als in het gewone leven, het aloude adagium: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet“. “Goed fatsoen” noem ik dat. Ik deel zaken waarvan ik denk of weet dat anderen het waarderen. Meestal gaat het om een artikel, een boek, een film, muziek, foto’s van mijn kinderen en sporadisch laat ik weten waar ik ben.
“Digitaal exhibisionisme!” noemde iemand dat laatst. “Wat kan mij het nou schelen waar al die mensen mee bezig zijn?”, was het argument. Een terecht punt, want laten we eerlijk zijn, wij zijn toch allemaal exhibitionisten, of niet? Op een feestje of in de kroeg praten we honderduit over werk, kinderen, auto’s, films, muziek, etc. Dat doen we met mensen die we kennen, direct of indirect, of mensen die we net hebben ontmoet. Dat noemen we “gezellig”.
Kennelijk is “gezelligheid” in digitale vorm “exhibitionisme”… of begrijp ik het verkeerd? Volgens mij valt het wel mee met dat exhibitionisme. Volgens mij zijn we op sociale netwerken vooral gewoon “gezellig”. Gezellig 2.0!

Verwacht van de dokter dat je fatsoenlijk behandeld wordt!

Ik verbaas mij bij vrijwel elke afspraak met een specialist in een ziekenhuis (maar ook de huisarts trouwens, alleen is daar de remedie nog niet effectief gebleken…) over de nauwkeurigheid waarmee een afspraak wordt gemaakt (voorbeeld: 9:50) en het gemak waarmee er van je verwacht wordt een uur in de wachtkamer te zitten. Gevolg: jij rent je rot om op tijd te zijn, meldt je netjes op tijd (9:45 in het voorbeeld) bij de balie en vervolgens mag je in je handen knijpen als je voor 11:00 weer buitenstaat… ja, ook bij een consult van een paar minuten.
Ik vind dat onfatsoenlijk en vraag dus om 9:55 vriendelijk waar de dokter blijft en om 10:05 (een kwartier te laat op een consult van een paar minuten) zeg ik vriendelijk: “Sorry, ik heb een andere afspraak om 10:30, u kunt mij zo en zo bereiken om een nieuwe afspraak te maken.” Mijn redenering: afspraak is afspraak. Ben je niet op tijd, of komt er iets tussen, laat het dan even weten, kan altijd gebeuren, maar patiënten hebben ook andere dingen te doen, een baan bijvoorbeeld, het zijn namelijk ook gewoon mensen…
Resultaat tot nu toe: Ik word op de afgesproken tijd of binnen 5 minuten daarna geholpen (en als ik vroeg ben soms zelfs voor die tijd).
Bij dat resultaat vraag ik me natuurlijk af hoe dat komt… Ik hoop dat de specialist door meer mensen op zijn of haar fatsoen is aangesproken en op basis daarvan zijn zaakjes beter op orde heeft. Maar, het zou zomaar kunnen dat die andere mensen door mijn handelswijze langer in de wachtkamer zitten, waarvoor excuus in dat geval. Tegen die mensen zeg ik: pas dit ook toe!